IMG-20220410-WA0005.jpg
IMG-20220410-WA0004.jpg

Mijn Boek
 

Het goede zoeken.

De zin van het leven volgens Prediker en Jezus.

Buijten en Schipperheijn – Motief,

Amsterdam, 2022. https://motief.buijten.nl/

 

 

 

 

 

 

 

Het boek beschouwt Jezus’ eigen, historische boodschap van voor de tijd dat hij door Paulus en de Kerk tot de Christus van het geloof was gemaakt. Jezus’ eigen boodschap wortelt in de Wijsheidstraditie van het Oude Testament, waarvan het boek Prediker een voorbeeld is. De kern van die traditie was ‘goed’ te leven, in naastenliefde en ootmoedige aanbidding van God. De profeet Micha (6:8) verwoordt het kernachtig als volgt: Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God. Dat is de ‘Goede Boodschap’ van het Oude Testament. Het is een boodschap voor een zinvol leven.

De Bijbel is geschreven als een lyrisch, poëtisch werk. Het Hebreeuws van het Oude Testament leende zich uitstekend daartoe, veel meer dan tot filosofisch of theologisch speculeren. Ook het Grieks van het Nieuwe Testament is prozaïsch en poëtisch. De Bijbel schreef ook geen geschiedenis zoals de moderne geschiedschrijving dat doet.  

Veel van Jezus’ woorden laten zich beter begrijpen, wanneer we die overwegingen in gedachten houden. De reden is duidelijk: veel van wat Jezus ook historisch gezegd zou hebben, is later van een christologisch jasje voorzien, waarmee de betekenis van die woorden verdraaid werd. Daarbij zijn Jezus’ oorspronkelijke Joodse literaire wijsheidsteksten omgevormd tot christelijk-juridische gebodsteksten. Daarom doen Jezuswoorden vaak zo vreemd en onbegrijpelijk aan. Om Jezus als historische mens te begrijpen, moeten we terug naar het eigen oorspronkelijke kader van waaruit Jezus zijn boodschap bracht. Het boek Prediker biedt ons een houvast om tot dat begrip te komen.

Laat ik een voorbeeld geven; in het boek geef ik er meer. Jezus zou zijn volgelingen ‘het gebod’ gegeven hebben om hun vijanden lief te hebben. En zo wordt dat nog steeds als een christelijke opdracht gezien om degene die jou naar het leven staan, lief te hebben. De Nazi’s in de Tweede Wereldoorlog moest je niet willen bestrijden, nee, je moest ze liefhebben. Wat een onzinnigheid! Jezus maakte geen ‘geboden’, en onzinnige al helemaal niet. Oh, de uitspraak zal zeker van Jezus zijn, en zelfs de formulering als zodanig. De bedoeling ervan is echter geen christologische deugdzaamheid, want tijdens Jezus’ leven was er nog helemaal geen christologie. Vanuit de Joodse wijsheidstraditie ‘uw naaste lief te hebben’, poneerde Jezus een literaire stijlfiguur, namelijk een hyperbool, een overdrijving. Hij wilde daarmee aangeven dat het liefhebben van je medemens grenzeloos en onvoorwaardelijk moest zijn. Je moest als het ware zelfs je vijanden liefhebben. Zo stelde Jezus ook niet vast dat alle ‘rijken’ de eeuwige verdoemenis zouden smaken, omdat een kameel nou eenmaal niet door het oog van een naald kan kruipen. Het ging bij die uitspraak niet om een christologische hemel of hel, maar over het al dan niet vinden van ‘het koninkrijk’. En dat was iets waar een rijke aanmerkelijk meer moeite mee zou hebben dan een arme. Dat ‘koninkrijk’ was overigens ook geen christologische aanduiding van Paulus’ ‘eeuwig leven’, maar een Joodse metafoor voor een ‘goed’ en zinvol leven overeenkomstig een oudtestamentische, goddelijke opdracht. Het ‘de andere wang toekeren’ heeft ook niets van doen met een masochistisch soort pacifisme, waarover menig dominee die dat tot onderwerp van de zondagspreek maakte, de nek brak omdat het christelijk perspectief van de uitleg niemand echt overtuigt. Nee, die ‘rechterwang toekeren’ had van doen met schaamteloosheid in relatie tot de Joodse reinheidsvoorschriften. En dan betreft het een logische, maar poëtisch schitterende, ethische uitspraak.

Een Jezus beoordeeld op zijn eigen merites, had een heel andere boodschap dan later Paulus en de Kerk. Begrip van Prediker leert ons Jezus begrijpen.

 

 

 

 

Achterflaptekst:

Geloven lijkt op z’n retour, maar de behoefte aan spirituele onderbouwing van het leven is groter dan ooit. De moderne mens is in toenemende mate rationeel ingesteld, en kan steeds minder uit de voeten met religiositeit en het mysterie. Men gaat op andere manieren op zoek naar zingeving, door het leven zo intens mogelijk te beleven, of door steeds maar weer een grotere kick op te zoeken. En Jezus? Die is alleen maar goed voor een musical of speelfilm. Toch lijkt Jezus bezig aan een comeback in de westerse wereld. En niet zonder reden. Met zijn achtergrond in de Joodse wijsheidstraditie heeft hij veel bijzondere dingen gezegd over de zin van het leven. Veel van de thema’s die hij benoemt, komen ook voor in het boek Prediker, een bijzonder filosofisch en in eerste opzicht misschien pessimistisch boek. Maar als je dieper in het boek Prediker duikt en kijkt hoe Jezus zich tot diezelfde thema’s verhield, wordt het een verrijking voor je leven. Een hulp in het zoeken naar het goede.

Het boek is te bestellen bij:

https://motief.buijten.nl/

VOORWOORD, INHOUDSOPGAVE en INLEIDING staan op op de uitgeverssite.

 

 

 

VOORWOORD.

 

Geloven lijkt op z’n retour, maar de behoefte aan een spirituele onderbouwing van het leven lijkt groter dan ooit. De kerken lopen leeg, maar in de media geniet Jezus soms de populariteit van een filmster. Scheidt belangstelling voor Jezus zich af van belangstelling voor Kerk en Christelijk geloof? De moderne mens is toenemend rationeel ingesteld, en kan steeds minder uit de voeten met religieus-magisch denken en mythische verklaringen. Men ervaart de overtuigde beleving daarvan in het persoonlijk leven niet langer. Het geloof verschraalde, en daarmee voor velen de zingeving van het leven. We hebben dan andere doelen gezocht, want de mens kan maar moeilijk leven met het idee dat zijn of haar leven zinloos zou zijn. Het gevolg was dat we beland zijn in een cultuur waarin het materialisme, en de zucht naar roem en bekendheid hoogtij vieren. Velen zochten de rand van het reguliere bestaan op; voor de kick doen we soms dwaze dingen. Maar of dat ‘zingevend’ is, vraag je je af. Menigeen is over die bestaansrand heen gevallen. ‘Zinvol’ is ook vaak verward met ‘zinnelijk’. Maar ook dat leidt tot niets. We keken naar het Oosten, begaven ons op esoterische wegen, of werden humanist. En Jezus? Ach, goed voor musicals en speelfilms, zeker wanneer er een sappig verhaal bij verteld wordt. Toch lijkt Jezus aan een comeback bezig in de Westerse wereld.  Vandaag de dag zien we dat veel mensen opnieuw zoekende zijn, omdat uiteindelijk surrogaat voor velen niet voldoet. Maar Jezus komt in kleuren en maten.

 

De Jezus van het christelijk geloof was het theologisch product van de apostel Paulus. Het was een boodschap over Jezus en niet van Jezus. Historici spreken vaak van ‘de historische Jezus’ tegenover ‘de Christus van de Kerk’. Bij historisch onderzoek naar Jezus spelen zaken als wonderen, het voorspellen van de toekomst, en andere bovennatuurlijke fenomenen geen rol. Behalve dat Jezus als historisch figuur op die manier benaderd kan worden, kan dat ook met zijn boodschap. Het grote voordeel van die benadering is dat we onze rationaliteit niet hoeven prijsgeven. Maar waarom zou die Jezusboodschap van belang zijn? Geeft die dan een antwoord op de vraag wat de zin van het leven is wanneer we het nu toch over ‘zingeving’ hebben?  Inderdaad ja. Jezus formuleerde een antwoord op die vraag, en het is historisch zo goed als zeker dat het van hemzelf afkomstig is. Bovendien lijkt het erop dat het de kern van zijn boodschap was. Die boodschap verschilt echter wel van de christelijke verlossingsleer. Maar toen Jezus door Galilea struinde, was zijn boodschap niet christelijk. De boodschap van de historische Jezus gaat niet over het belang van de dood, noch de zijne, noch de onze. Jezus had het over het belang van het leven, en hoe dat ‘zinvol’ te besteden. Het is een boodschap die door de eeuwen heen nagenoeg volledig werd weggemoffeld door de christelijke Kerkleer, maar die inmiddels onder het zand vandaan gehaald is. In zeker opzicht nog letterlijk ook. Die boodschap lijkt een antwoord op de hamvraag van het Predikerboek in het Oude Testament: Wat voor zin heeft al dat zwoegen waarmee de mens zich aftobt onder de zon? Het is een typisch menselijke vraag. Een vraag van alle tijden en alle plaatsen. In het Boeddhisme zou men zeggen: ‘stel geen vragen waarop geen antwoord mogelijk is; alle leven is lijden’. Toch is ook het Boeddhisme een leer ter verlossing uit dat lijden. Maar de oplossing is van een andere orde dan wat Prediker en Jezus voorstellen. Die gaan uit van het bestaan van een Opperwezen. Dat doet het Boeddhisme niet, hoewel het een bestaan daarvan niet ontkent, maar ook niet bevestigt. Maar wanneer we Predikers en Jezus’ opvattingen over God natrekken, hebben ze in werkelijkheid maar verdraaid weinig over God gezegd. En dat was niet zonder betekenis. Overigens betekent het feit dat ik het niet heb over christologische aspecten van Jezus niet dat dit een verhandeling tegen het christelijk geloof zou zijn. Dat is niet mijn opzet. Ik respecteer een ieders geloofsovertuiging zolang die maar medemenselijkheid in het vaandel heeft. Dit boek is niet tegen het christelijk geloof. Het gaat er alleen niet over. Het gaat over Jezus en zijn boodschap in de tijd dat er van Paulus’ christologie nog geen sprake was. Het gaat over het belang van ‘de levende Jezus’: de boodschap van de historische man die hij tijdens zijn leven verkondigde. Waar de vraag naar zingeving van het leven tot een zoektocht langs diverse stations leidt, zou men ook eens stil moeten staan bij de oorspronkelijke boodschap van Jezus als historische Wijsheidsleraar. Want aan de wijsheid van Jezus hoeven we historisch niet te twijfelen, en vraagt daarom niet om ‘geloof’. Maar hebt u zich weleens afgevraagd hoe Jezus aan al die kennis en wijsheid kwam als vermeend ongeletterde ‘timmerman’? Het zal u niet verbazen dat het antwoord: ’van God’, schrijver dezes niet overtuigt.

(De site tekst wijkt soms minimaal af van de tekst in het boek).

Inhoudsopgave

 

WOORD VOORAF . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .11

 

HOOFDSTUK 1

INLEIDING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .15

• Hoe rationeel is het godsgeloof?       . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .15

• Een hypothese     . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .19

 

DEEL 1 - PREDIKER

 

HOOFDSTUK 2

HET BOEK PREDIKER – WAAR HET OM DRAAIT  . . . . . . . . . . . .  . .27

• Woorden van waarheid        . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .27

• Wat is dan ‘goed’ voor de mens?       . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .28

• …en Jezus?   . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .30

 

HOOFDSTUK 3

HET BOEK PREDIKER – ACHTERGROND . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31

• Een irritant geschrift          . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .31

• Van waar en wanneer is Prediker?         . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .31

• Wie was Prediker?        . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .36

• Een paradox in boekvorm         . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .37

• De zin van het menselijk bestaan         . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .39

 

HOOFDSTUK 4

HET BOEK PREDIKER – EEN LITERAIR WERK . ... . . . . . . . . . . . . . .41

• De dichter Qohelet        . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .41

• Literaire stijlfiguren          . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .42

• Provocerend taalgebruik         . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .42

• Literaire ambiguïteiten        . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .44

• … en Jezus?.      . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .46

 

HOOFDSTUK 5

HET BOEK PREDIKER – INHOUD EN STRUCTUUR  . . . . . . . . . . . . .49

• Een rommelig geheel?        . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .49

• De structuur hangt samen met de inhoud             . . . . . . . . . . . . . . . . .50

• De perikopen van Schippers         . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .51

• Micha’s boodschap structureert Predikers perikopen             . . . . . . . .54

• PROLOOG        . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .54

• EPILOOG        . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .58

• Een tweedeling volgens de perikopenstructuur            . . . . . . . . . . . . .58

 

HOOFDSTUK 6

HET BOEK PREDIKER – EEN WIJSHEIDSBOEK  . . . . . . . . . . . . . . . .61

• Het jodendom en zijn wijsheid           . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .61

• De wijsheidstraditie was internationaal           . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .66

 

HOOFDSTUK 7                                      

PREDIKERS WAARHEID IS UNIVERSEEL  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .69

• Driemaal vier elementen: een heilige kosmologie            . . . . . . . . . . .69

• De mens leeft in een goddelijke epifanie          . . . . . . . . . . . . . . . . . . .73

 

DEEL 2. JEZUS

 

HOOFDSTUK 8

HET GODSBEGRIP IN DE WIJSHEIDSTRADITIE  . . . . . . . . . . . . . . . .77

• Elohim. Een ongebruikelijke typering van het godsbegrip              . . . .77

• Elohim, Schepper en Onderhouder          . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .78

• Elohim. Gever van het leven       . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79

• Bemoeit God zich überhaupt met de mens?        . . . . . . . . . . . . . . . .  80

• …en Jezus? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .   81

 

HOOFDSTUK 9

WIL DE ECHTE JEZUS NOU EINDELIJK EENS OPSTAAN?.. . . . . . .83

• Jezus als wijsheidsleraar. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .      83

• Een Schriftgeleerde Jezusfamilie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .       85

• Jezus, maar niet ‘van Nazareth’. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .       89

 

HOOFDSTUK 10

WIJSHEID VAN JEZUS; DE BRONNEN. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95

• Oorspronkelijk Jezusmateriaal         . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .95

• Q en Thomas      . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .96

 

DEEL 3. DE ZIN VAN HET LEVEN

 

HOOFDSTUK 11

IJDELHEID. JE SNAPT HET PAS ALS JE HET ZIET. . . . . . . . . . . . .101

• De Predikerproloog ademt, maar geen ‘ijdelheid’ of

‘vluchtigheid’         . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .101

• Wat is hebel dan wel?      . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .105

• Des mensen adem is Gods eigendom         . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .109

• Hebel in maat en getal       . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .111

• Hebel brengt ons bij de zin van het leven          . . . . . . . . . . . . . . . . .113

• … en Jezus?    . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .114

 

HOOFDSTUK 12

DE ONRECHTVAARDIGE LEIDT EEN ZINLOOS LEVEN .. . . . . . . .117

• Viermaal onrecht       . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .117

• De onrechtpleger leeft zinloos, buiten ‘het koninkrijk’             . . . . . .121

• … en Jezus?   . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .122

 

HOOFDSTUK 13

ZINVOL LEVEN:

EENZAME RIJKDOM OF GEDEELDE ARMOEDE? .. . . . . . . . . . . .127

• Het zwoegen onder de zon is zinloos      . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .127

• Voor wie tob ik mij af?      . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .129

• Een ziekmakend kwaad.      . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .131

• Werelds goed biedt geen garantie     . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .133

• Leven in gemeenschap met je medemens      . . . . . . . . . . . . . . . . .134

• …en Jezus?.  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .135

 

HOOFDSTUK 14

DE MENS WEET NIET WAT NA HEM ZIJN ZAL   . . ... . . . . . . . . . .139

• De mens wikt, Elohim beschikt     . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .139

• Menselijk onvermogen, Elohims almacht        . . . . . . . . . . . . . . . . .140

• De mens is in zijn onvermogen afhankelijk van Elohim          . . . . .143

• Gods wegen zijn ondoorgrondelijk        . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .144

• De mens heeft keuzevrijheid,

en daarmee verantwoordelijkheid         . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .148

• … en Jezus? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .149

 

HOOFDSTUK 15

IS DE DOOD HET EINDE?  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .155

• Allen treft eenzelfde lot.     .  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .155

• Wijze en dwaas, rechtvaardige en zondaar;

ze gaan naar één plaats   . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .156

• De mens verschilt niet van de dieren     . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .159

• Een hiernamaals?  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .160

• … en Jezus? . . . . . . . . . . . . .  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .163

 

HOOFDSTUK 16

EINDIGHEID MAAKT HET LEVEN NOG NIET ZINLOOS . . . . . . .167

• Predikers ‘goede’, en Jezus’ ‘koninkrijk’  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .167

• Een levensgedicht om te beginnen,

een dodenzang om te eindigen     . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .170

• Wat alles beweegt, is slecht waarneembaar   . . . . . . . . . . . . . . . .172

• Een stervensmetafoor bepaalt ons bij het belang

van het leven           . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .174

• …en Jezus?. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .176

 

HOOFDSTUK 17

LEEF DAAROM WIJS; MAAR WAT IS WIJSHEID?. . . . . . . . . . .179

• Driemaal wijsheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .179

• Een Griekse onderzoeksmethode  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .182

• Wijsheid onder de loep   . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .184

 

HOOFDSTUK 18

NIETS BETERS DAN ‘HET GOEDE’ . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . .189

• Een epicuristische trias: eten en drinken en vrolijk zijn       . . . . .189

• Het ‘voordeel’ en het ‘goede’. . . . . . . . . . . . . . . . . . .  . . . . . . . . .191

• In detail: het ‘goede’ in relatie tot de trias  . . . . . . . . . . . . . . . . . .194

 

HOOFDSTUK 19

JEZUS’ ANTWOORD OP DE HAMVRAAG VAN PREDIKER  . . .203

• Waarom zwoegen?. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .203

 

BESCHOUWING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .209

 

EEN SELECTIE VAN GERAADPLEEGDE LITERATUUR. . . . .  .215

 

 

 

Hoofdstuk 1
INLEIDING.

 

Hoe rationeel is het godsgeloof?
We kunnen de boodschap van Prediker en van Jezus misschien wel

rationeel benaderen, maar hoe rationeel is het om in God te geloven?

Want daar lijken beiden wel van uit te gaan, hoewel ik dat gaandeweg
zal nuanceren. Wanneer iemand de vraag stelt: ‘Geloof je in
God?’, wordt meestal de God van de Bijbel bedoeld. Nu weet iedereen
die de Bijbel een beetje kent, dat het portret dat daarin van God
geschilderd wordt weinig consistent is. Blijkbaar hebben ook toen al
veel mensen een hoop moeite gedaan om zich een beeld van God te
vormen. Maar de Hebreeuwse God hield niet van beelden. Niet van
hout of steen, maar ook niet van beelden in ons hoofd. Lijkt mij ook
logisch; niemand heeft immers ooit God gezien. Sommige mensen
hebben gemeend God te horen. Meer nog, hebben God ‘ervaren’. Nu
is ‘ervaren’ wel heel erg persoonlijk, en niet direct overdraagbaar op
anderen. Maar daar kun je wel over spreken. Dat is wat de profeten
van het Oude Testament deden. Echter, bewijst dat het bestaan
van God? In de geschiedenis is er een aantal ‘klassieke godsbewijzen’,
maar rationeel gezien voldoen ze geen van alle. God valt niet
te bewijzen. Je kunt logischerwijze niet iets op het niveau van een
hogere orde bewijzen aan de hand van uitgangspunten binnen een
lagere orde. In de kwantummechanica weet men er alles van. Maar
dat maakt nog niet dat zaken van een hogere orde daardoor ontkend
of ontkracht worden. Afwezigheid van bewijs van God, betekent nog
niet een bewijs van afwezigheid van God. Maar de vraag is wat je aan
die redenering hebt.

 

In ieder geval heeft de mens zijn bestaan te danken aan omstandigheden
buiten zichzelf. De vraag waarom ik besta, kan ik dan wel in biologische

termen enigszins beantwoorden, maar op de vraag
wat de zin is van het feit dat ik hier-en-nu in dit leven rondloop,
is er geen antwoord. Het lijkt een vraag zonder betekenis, want
er lijkt geen antwoord mogelijk. Is daarmee bewezen dat er geen
zin of doel achter mijn aanwezigheid hier is? Nee. We kunnen er
slechts over filosoferen hoe waarschijnlijk dat is, en waar die zin of
dat doel, als dat er al zou zijn, dan vandaan zou moeten komen. De
mens kan nou eenmaal niet over de rand van z’n eigen bestaan heen
kijken. Als je aanneemt dat er ‘iets’ achter die rand bestaat, heet dat
‘geloven’. Maar als je ervan overtuigd bent dat daar ‘niets’ bestaat, is
dat net zo goed ‘geloven’! Het is een illusie dat je daarover zekerheid
kan verwerven. Dat kan eenvoudigweg niet. Niet in bevestigende
zin, noch in ontkennende zin. Als geloven een illusie is, dan is de
zekerheid dat er niets te geloven valt, net zo illusoir. Ongeloof is niet
per definitie rationeler dan geloof. Afwezigheid van bewijs is geen
bewijs van afwezigheid. Dat maakt bijvoorbeeld atheïsme tot een
stellingname zonder bodem.
Toch is er buiten ons een uiterst complexe constellatie (ik noem
het maar even zo) die uiteindelijk jou en mij, als denkende wezens,
voortbracht, want anders waren we er niet geweest. Je kunt die complexiteit
‘toeval’ noemen, maar dat maakt het er niet duidelijker op.
‘Toeval’ fungeert vaak als gelegenheidsverklaring. Het feit dat wij
hier als denkende wezens zijn, om over de rest nog maar te zwijgen,
vind ik een onbegrijpelijk godswonder. Wij ervaren het leven, en we
kunnen ook aspecten daarvan tot in detail onderzoeken, maar het
wezen van het leven zelf is voor de mens niet te vatten. De mens is
beperkt, ook al waant hij zich alwetend en almachtig. We begrijpen
slechts zover ons vermogen reikt; datgene waarvoor wij het vermogen
niet hebben om het te begrijpen, begrijpen wij dus niet. Maar dat
wil niet zeggen dat datgene wat de mens niet kan vatten er ook niet
is. De vraag is alleen of dat dan consequenties moet hebben. Maar
als we vinden van niet, heeft dat ook consequenties. Een voorbeeld:
de wetenschap snapt nagenoeg niets van het menselijk bewustzijn.
Wat is het, hoe komt het tot stand, hoe werkt het? Bij gebrek aan kennis
zijn er talloze hypothesen waarin door diverse wetenschappers
op verschillende manieren geloofd wordt. We ‘geloven’ dat het zus of
zo werkt, maar weten doen we het niet. Het glipt ons totaal door de
vingers. We kunnen slechts aan de hand van een bepaalde werking
van dat bewustzijn weten dat die functionaliteit er is. Maar veel verder
komen we niet. Dus zelfs dicht bij huis kan de mens niet over de
rand van zijn eigen existentie kijken. Die onmetelijke functionaliteit
van waaruit alle complexiteit haar oorsprong vindt, komt bij mij
sterk in de buurt van wat ik ‘God’ zou willen noemen. Dat van daaruit
de mens bevroedt dat hij op een bepaalde manier zinvoller leeft
dan zonder die functionaliteit, zou er bij mij ook nog ingaan. Maar
daar ligt wel een beetje de grens. Ik sta echter wel open voor tradities
waarbinnen op een voor mij intrigerende manier een stap verder
gezet wordt. En zeker wanneer die traditie mij onzeker maakt. Voor
mij is dat hier de Joodse wijsheidstraditie, waarbinnen we het boek
Prediker en de boodschap van Jezus kunnen plaatsen. Ik ben ermee
aan de slag gegaan, en heb gaandeweg maar afgewacht wat het met
me zou doen. Is daar ‘zinvolheid’ uit te destilleren? Is daar de ‘zin’ van
het leven aan te verbinden? We zullen zien.

 

Daarmee lijk ik de uitgangssituatie van dit boek te hebben bepaald:
het gaat over overgeleverde woorden van Jezus die aanhaken bij
de inhoud van het oudtestamentische boek Prediker. Aan de hand
daarvan gaan we bekijken of daar een idee over ‘zinvolheid’ of een
doel voor het menselijk leven uit te destilleren valt. Het boek Prediker
wordt gerekend tot de Joodse wijsheidstraditie. Het is niet
op voorhand uitgesloten dat woorden van Jezus en Prediker overeenkomen
omdat zij ‘toevalligerwijs’ dezelfde wijsheid in bewoordingen
uit die wijsheidstraditie aanhalen. De overeenkomsten zijn
echter in een aantal opzichten zo treffend dat het bijna niet anders
kan dan dat Jezus ze primair aan Prediker ontleende, of er direct
door geïnspireerd werd.
Ik zei hierboven al dat zowel Prediker als Jezus uitging van het
bestaan van God, en Die had een doel voor het menselijk bestaan
aangegeven. Wanneer ze naar God verwijzen, dan zullen ze wel ‘de
God van de Bijbel’ voor ogen hebben. Zodoende belanden we dan
vanzelf bij ‘de God van het christendom’, en dan weten we allemaal
over Wie we het hebben. Logisch toch?
Eh, nou nee; die redenering klopt niet helemaal. Of eigenlijk,
helemaal niet. Ten eerste kende Prediker het christendom niet, en
Jezus kende het ook niet. Beiden kunnen dus nooit ‘de God van het
christendom’ in gedachten gehad hebben. Dat is één. Het tweede
is, dat Prediker de klassiek Joodse aanduiding voor God, JHWH,
die zo’n zevenduizend maal in het Oude Testament voorkomt, niet
noemt. Prediker heeft het dus ook niet over Israëls verbonds-God
van het Oude Testament, die later door het christendom overgenomen,
misschien zelfs geannexeerd werd. Over wie Prediker het
dan wel heeft in relatie tot zijn godsbegrip, daar komen we nog wel
over te spreken. En Jezus? In alles wat van hem met enige zekerheid
als authentiek is overgeleverd, verwijst Jezus opvallend weinig naar
God. In zijn meest markante verhalen, de gelijkenissen, schittert
God door afwezigheid. Als Jezus naar God verwijst, is dat meestal
wanneer hij letterlijk een oudtestamentische formulering aanhaalt.
Veel is Jezus later in de mond gelegd. In authentieke Jezuswoorden
in het Thomasevangelie, dat we als de meest primitieve, oorspronkelijke
tekst van Jezuswoorden kunnen beschouwen, heeft Jezus het
slechts eenmaal over God, wanneer hij overeenkomstig de oudtestamentische
regelgeving opdraagt God datgene te geven wat Hem
toekomt. Op tien andere plaatsen in Thomas waar Jezus naar God
verwijst, spreekt hij van zijn of de ‘Vader’. Dat is ook een aanduiding
die we in de nieuwtestamentische evangeliën vaak tegenkomen. Jezus
had het net als Prediker dus helemaal niet over ‘de God van
de Bijbel’. Ze schetsen beiden een heel ander beeld, dat we eerder
wat neutraler met ‘de Schepper’, ‘de Voorzienigheid’, ‘de Hemel’, of ‘de
Godheid’ kunnen aanduiden. Of, zoals Jezus metaforisch deed, met
‘Vader’. Als ik in dit boek het woord ‘God’ gebruik, is dat wel steeds
met deze overweging in het achterhoofd. Willen we de boodschap
van Prediker, en die van Jezus als historische man begrijpen, dan
moeten we af van het westerse, door het christendom tot klassiek
begrip gevormde idee van God. Dat godsbegrip, dat dus vanuit de
oorspronkelijke tempel-cultische Joodse religie door het christendom

werd overgenomen, is weliswaar het meest algemeen bekend,
maar niet het enige, zelfs niet in het Oude Testament zelf.

 

Naast de Joodse religie die gecentreerd was rond de tempelcultus en
alles wat daarmee samenhing, was er nog de Joodse visie ten aanzien
van God en Diens manifestatie, maar die heeft in de christelijke leer
nooit veel aandacht gekregen. Het was een visie op God die voortkwam
uit de toenmalige internationale wijsheidstraditie. Die traditie
stond niet alleen nogal kritisch tegenover de riten en rituelen van de
tempelcultus, maar ook tegenover een karakterisering van de God die
daarbij vereerd werd. Dit moeten we in ons achterhoofd houden. We
zullen anders Prediker en Jezus niet begrijpen, en ook niet hoe zij beiden
aankijken tegen de vraag hoe het menselijk bestaan ‘nuttig’, ‘goed’,
of ‘zinvol’ geleefd kan worden. Want daar speelt ‘de Voorzienigheid’
wel een rol bij, zij het indirect. Jezus’ kennis van het Oude Testament
beperkte zich overigens niet tot Prediker. Jezus moet breed geschoold
geweest zijn, wanneer we kijken naar de bronnen waaruit hij put en
de manier waarop hij dat doet. Maar in relatie tot het boek Prediker
zijn er specifieke overeenkomsten, op grond waarvan ik de stelling
poneer: om Jezus te begrijpen, moeten we Prediker begrijpen.
Israëls verbonds-God was oorspronkelijk een clan-god, bij wie
de religieuze cultus van groot belang was voor het handhaven van
de Joodse identiteit van het volk. De allesbepalende cultus, en daarmee
de wereldse machtsuitoefening, lag in handen van een priesterelite
die zo haar eigen voordeel deed met haar positie. De godheid
van de wijsheidstraditie daarentegen was eerder individueel dan
collectief, en had primair van doen met ethisch handelen tegenover
de medemens. De wijsheidstraditie had het niet zo op elites, hoewel
haar volgers meestal wel goedopgeleide personen waren die uit een
gegoede stand voortkwamen. We gaan zien dat dat niet alleen geldt
voor Prediker, maar ook voor Jezus.

 

 

 

 

 

Een hypothese
Wanneer je iets wilt onderzoeken, heb je daarbij vooraf al bepaalde
ideeën in je hoofd. Officieel heet dat een hypothese. Je geeft van
tevoren aan hoe je denkt dat de werkelijkheid in elkaar steekt. Je
weet het niet, maar het lijkt je aannemelijk; je ‘gelooft’ er op een
bepaalde manier in. De uitkomsten van je onderzoek kunnen daarmee
overeenstemmen, of juist niet. Welnu, mijn hypothese is dat
we Jezus’ woorden kunnen zien als wijsheidswoorden. Ze komen
voort uit de Joodse wijsheidstraditie. Ik ga straks nader op die traditie
in, maar zeg hier alvast dat binnen de wijsheidstraditie het
accent niet lag op bovennatuurlijke aangelegenheden. Hoewel er
wel waren die twijfelden aan het bestaan van goden, vormden die
een hoge uitzondering. Evenals dat in de klassieke oudheid gold
voor het bestaan van de goden, was het bestaan van God binnen
het jodendom een collectieve zekerheid. In feite kende men het begrip
‘geloven’ zoals wij dat bedoelen niet. ‘Geloven’ is een typisch
christelijk begrip. Paulus voerde het in, en de evangelieschrijvers
projecteerden het later terug op de strekking van wat Jezus gezegd
zou hebben. Maar Jezus modelleerde zijn boodschap niet naar de
Paulustheologie, maar naar de wijsheidstraditie. En daar ging het
niet om ‘geloven’. Prediker formuleerde zijn vorm van wijsheid ook
als een gestructureerde boodschap, niet als een ‘geloof ’. Ook vinden
we in Prediker geen bovennatuurlijke elementen waarin we zouden
moeten ‘geloven’. Maar er is wel de overtuiging van het bestaan van
een hogere macht en diens bemoeienissen met de mens.
Vanuit christelijk perspectief is Prediker daarom ook een eigenaardig
boek. Het wordt vaak gezien als een wat vreemde eend in
de bijt van het Oude Testament. Het is onder predikanten zeker
geen favoriet boek om teksten voor de zondagse preek aan te ontlenen.
Soms heeft dat wel een heel pragmatische achtergrond, zoals
de volgende anekdote illustreert: een predikant die Prediker een
bijzonder boek vond, maakte er een serie preken over, waarbij hij
startte met een preek over ‘ijdelheid der ijdelheden’. Maar na die
eerste preek kreeg hij van meerdere kanten de vraag of hij nog wel
‘de vreugde van Christus’ beleefde, en of zijn gemoedsgesteldheid
wel in orde was. Hij heeft het toen maar bij die ene ‘Predikerpreek’
gelaten.

 

Maar niet alleen de gemiddelde kerkganger, ook menig theoloog
ziet het thema van ‘alles is ijdelheid’ als een beschrijving van een
wereld zonder God of verlossing. De tegenhanger daarvan is dan de
blijde boodschap van het Nieuwe Testament: een leven in een ‘lege
wereld vol ijdelheid’ wordt pas zinvol wanneer we God erkennen in
ons leven, Die ons door Christus verlost van de gevolgen van een
‘ijdel’ leven. Daar ligt naar christelijke maatstaven de zin van het
leven. En daarmee zijn de oudtestamentische God en de christelijke
God tot één en dezelfde geworden. Nogmaals, daarvan gaan
we hier niet uit, omdat het christelijk godsbeeld niet alleen sterk
verschilt van dat in Prediker en het hele Oude Testament, maar ook
van wat er historisch aannemelijk over Jezus is overgeleverd. Prediker
wordt vaak verweten een pessimistisch, filosofisch geschrift te
zijn dat het motto memento mori – ‘gedenk te sterven’ – omzet in
een ander motto, namelijk carpe diem – ‘pluk de dag’. Dat laatste zou
dan uitgedrukt worden in de trias ‘eten en drinken en vrolijk zijn’,
als troostprijs voor het ‘want morgen sterven wij’. Bijbeluitleggers
wijzen vaak op de geringe betekenis die Prediker voor het Nieuwe
Testament heeft, op grond van het gegeven dat men in het Nieuwe
Testament nauwelijks verwijzingen naar Prediker tegenkomt. Prediker
en het Nieuwe Testament lijken mijlenver uit elkaar te liggen.
Misschien is dat wel zo, maar het onderscheid moet wel op de juiste
gronden gemaakt worden.

 

Mijn hypothese is dat Prediker een uiterst belangrijke bron voor
Jezus is geweest. Het boek vormde voor hem zowel een citatiebron
als een inspiratiebron waar het gaat om de thematiek van Jezus’
woorden. Maar dat niet alleen. Er zijn ook veel overeenkomsten in
de manier waarop Prediker en Jezus hun boodschap formuleerden.
Zowel de inhoud als de vorm van hun boodschap heeft dus overeenkomsten.
Maar voor het naspeuren van overeenkomsten tussen
Jezus’ woorden en Prediker moeten we niet zozeer kijken naar letterlijke
citaten van woorden of passages, maar eerder naar de strekking
daarvan.
Een moeilijkheid is dat Jezus net als Prediker zich voornamelijk
bediende van poëtische taal, en die geeft nou eenmaal niet zo eenvoudig
zijn betekenis prijs. Literaire teksten kunnen vaak niet letterlijk
genomen worden, omdat ze eerder verwijzend, indirect,
symbolisch of metaforisch bedoeld zijn. Dat maakt tekstuitleg niet
eenvoudig, en het speuren naar overeenkomsten al helemaal niet.
Zowel Jezus als Prediker spreekt vaak in literaire stijlfiguren zoals
metaforen, ironische tegenstellingen, subtiele provocaties, overdrijvingen
(hyperbolen). Ze zijn ook beiden vaak opzettelijk ambigu
in hun taalgebruik, met andere woorden, hun betoog kan op meer
dan één manier waar zijn, terwijl die twee waarheden elkaar onderling
niet uitsluiten. Denk maar aan de figuur van de eend waarin je
even later plots de figuur van een haas ontwaart, en de eendensnavel
die ineens hazenoren voorstelt. Eén plaatje, twee figuren, beide
zijn juist – het ligt er maar aan hoe je ernaar kijkt. Onze opzet gaat
dus niet eenvoudig zijn.

 

Sommige Bijbelkenners suggereren dat Jezus het boek Prediker
goed gekend moet hebben. Maar ik wil het nog sterker stellen: het
is juist via het boek Prediker dat we veel woorden van Jezus’ boodschap
kunnen koppelen aan de boodschap van het Oude Testament.
Prediker blijkt namelijk verre van eigenaardig, vreemd, of raadselachtig,
maar bevat een consistente boodschap. Wat mij betreft mogen
we de rabbi’s die het boek aan het einde van de eerste eeuw
bij de Joodse canon inlijfden, dankbaar zijn. Hadden ze het niet
gedaan, dan zou daarmee een belangrijke schakel tussen de boodschap
van het Oude Testament en die van Jezus ons ontgaan zijn.
De aansluiting van het Oude Testament op het Nieuwe Testament
ligt niet op het vlak van de overname door het christendom van
Israëls verbonds-God, waarbij uiteindelijk Paulus’ verlossingstheologie
de Joden schrapte en christenen ervoor in de plaats stelde. De
aansluiting ligt ook niet op het vlak van het mozaïsch wetticisme of
allerlei voorschriften of gebruiken aangaande de cultische verering
van Israëls Godheid. De aansluiting ligt op een ander vlak. Dat Jezus
de aanjager of de spil zou zijn geweest van latere kerktheologie
die dat allemaal in meerdere of mindere mate overnam, is eigenlijk
te gek voor woorden wanneer we bereid zijn te kijken naar historisch
aannemelijke aspecten van Jezus als historische man. Daaruit
komt een geheel andere Jezus naar voren, een Jezus met een boodschap
die aansluit bij de Joodse wijsheidstraditie. Het boek Prediker
stond in die traditie. Daarover is grote eenstemmigheid onder
oudtestamentische theologen. Echter, wat was nu de essentie van
die traditie?

 

 

 

 

 

 

 

20220422_130253.jpg